Poep en veren

Geplaatst op 24 januari 2010 door Marijke van Geest

Vrijdagochtend, half tien. Met een kop koffie en de krant geniet ik van een rustig begin van mijn vrije dag. De bel gaat en in mijn pyjama doe ik open. Mijn buurvrouw staat enigszins verwilderd op de stoep. “Er zit een struisvogel in mijn voortuin” zegt ze. “Eerst zat hij bij jou, maar een paar kinderen hebben hem opgejaagd en nu zit hij bij mij op de stoep”. Ik kijk om een hoekje en zie een vrouwtjespauw parmantig heen en weer stappen. Nu is mijn buurvrouw geen heldin als het om vogels gaat en zeker niet als ze zo ’n forse afmeting hebben. “Ik bel mijn zusje wel” zeg ik, “ze werkt bij de kinderboerderij en misschien weet zij een oplossing.” De buurvrouw haalt opgelucht adem.

Ik leg mijn zusje uit wat er aan de hand is. Ze is blij met het bericht. Mevrouw Pauw is al bijna een week onderweg en eerder pogingen om haar te vangen zijn mislukt. Ze stelt voor om samen met een collega langs te komen en de pauw te vangen. Wij hoeven ons geen zorgen te maken en verder niets te doen.

Om tien uur gaat de bel opnieuw. Nog steeds in pyjama doe ik open. Mijn zusje staat, gewapend met een hoeslaken, voor de deur. “Als we haar nu samen even vangen,” zegt ze, “dan wil jij me misschien wel met de auto naar de kinderboerderij brengen.”

“Mag ik me eerst even douchen en aankleden?” vraag ik.

“Nou,” zegt ze, “de pauw is nogal avontuurlijk en de kans is groot dat ze straks weer verdwenen is. Ik fiets dan toch maar snel naar de boerderij om een collega te halen.”

“Prima plan” zeg ik, blij dat ik niet in pyjama achter een pauw aan hoef te rennen. Ik duik onder de douche en kleed me aan in alle rust. Als ik weer beneden kom is de pauw verdwenen. Gelukt, denk ik.

Dan gaat de telefoon. Mijn zusje. Ze vertelt dat de jachtpoging op niets uitgelopen is. Mevrouw Pauw is ontsnapt en heeft zich gevestigd op het dak van ons huis. Verbaasd laat ik me uitleggen dat pauwen in principe loopvogels zijn, maar in noodgevallen nog wel eens op de wieken willen gaan. Mijn zusje zegt dat ze wel honger zal hebben en stelt voor dat ik haar uit de dakgoot lok met blokjes kaas, konijnenvoer en pauwgeluiden. Ze doet voor hoe dat klinkt en ik kan me er niet zoveel bij voorstellen.

Over de schutting overleg ik met mijn buurvrouw. Mevrouw Pauw houdt zich inmiddels schuil in haar dakgoot en ik vind dat ze maar mee moet denken. De buurvrouw snijdt kaas, terwijl ik een bakje konijnenvoer uit de schuur haal en getweeën produceren wij lokgeluiden op de stoep voor ons huis. “Pauw, pauw…” klinkt het door de straat en even voel ik me een klein meisje, dat “cowboytje” speelt met haar vriendinnetje. Mevrouw Pauw slaat ons geamuseerd gade vanuit de goot. Haar kroontje trilt parmantig op haar kop. Zodra we wat voer op de stoep strooien is haar interesse gewekt. Ze zeilt naar beneden en begint vrolijk te pikken. Ieder aan een kant proberen we haar de tuin in te dirigeren, maar Mevrouw Pauw heeft een eigen willetje en wandelt statig naar de overkant, met gevaar voor eigen leven. We houden auto’s staande, vragen fietsers om af te stappen en achtervolgen mevrouw Pauw in tijgersluipgang tussen de geparkeerde auto’s. Opnieuw steekt ze over. Zij wandelt waardig mijn voortuin is. Met een badlaken in de aanslag verschans ik me op handen en voeten achter de heg, maar telkens als ik denk dat ik haar kan besluipen heeft ze in de gaten wat ik van plan ben. Beheerst wandelt zij een andere kant op.

“Ik denk dat ik de voordeur maar open zet,” zeg ik, “dan kunnen we haar misschien naar binnen jagen.” Behoedzaam loop ik om mevrouw Pauw heen en zet de deur wagenwijd open. De buurvrouw en ik verschuilen ons achter de taxus. Vanuit onze hinderlaag gooit de buurvrouw de blokjes kaas in de richting van de open deur. Mevrouw Pauw hapt. Aarzelend stapt ze over de drempel. Met een snoekduik trek ik de deur dicht. “Wat nu…?” vraagt de buurvrouw. “Ik bel mijn zusje wel weer,” zeg ik, “dan kan zij dat beest komen halen.”

Ik wring me door een kiertje van de deur en mevrouw Pauw kijkt me achterdochtig aan. Nu ik haar in mijn eigen gang zie lopen lijkt ze opeens een stuk groter. Ze blokkeert de weg naar de woonkamer, waar de poes likkebaardend achter de glazen deur zit. Die heeft wel trek in zo ’n reuzenkip. Dan maar boven bellen. Ik sluip omzichtig de trap op, met mevrouw Pauw in mijn kielzog. Halverwege de trap probeer ik haar terug te sturen, maar ze strekt haar vleugels en vliegt het trapgat in. Overal verliest ze poep en veren. Ik probeer haar te pakken, maar ze deelt forse klappen uit met haar vleugels. Ze vliegt de trap weer af en ik snel achter haar aan, uit angst dat ze zich te pletter zal vliegen tegen het glas van de voordeur. In mijn vaart grijp ik het badlaken mee en gooi het over haar heen. Kip ik heb je! Ik klem haar onder mijn arm en loop weer terug naar boven. Met mijn vrije hand bedien ik de telefoon. Mevrouw Pauw spartelt, schreeuwt en probeert uit alle macht om los te komen. Nog meer poep en veren. Buiten adem en met een bonzend hart roep ik tegen mijn zusje: “Ik heb haar onder mijn arm. Je moet NU komen.” Ze is er binnen twee minuten. De buurvrouw brengt ons met de auto naar de kinderboerderij. Onderweg laat ik mijn greep op mevrouw Pauw geen seconde verslappen. Dan laten we haar vrij in een schone ren, met vers stro. Ze wordt voorzien van eten en water en schudt trots en verontwaardigd met haar veren.

Als dank krijgen wij een rondleiding op de boerderij en knuffelen met alle dieren. Als ik een uur later thuis kom, nog een beetje beduusd van het avontuur, rest mij niets anders dan het opruimen van poep en veren. De poes kijkt er spijtig naar. Mijn linker arm gloeit een beetje. Morgen zal ik wel spierpijn hebben. Ik hoop dat mevrouw Pauw zich twee keer bedenkt voordat ze bij mij weer eens over de drempel stapt.

© Marijke van Geest

Marijke van Geest

Over

Marijke is geboren als laatste kind in een Westlands gezin met acht kinderen. Zij woonde een deel van haar jeugd in Limburg en Duitsland, waar zij tweetalig opgroeide. Zij is getrouwd en werkzaam als vrijgevestigd eigenaar / therapeut en trainer in haar praktijk voor psychologische zorg en training Geestkracht in 's-Gravenzande. Marijke schrijft poëzie sinds haar vijftiende jaar. Haar inspiratie vindt zij in de natuur en in de menselijke levensweg. Haar gedichten komen tot stand door vrije associatie op een enkel woord of beeld. Het schrijven van poëzie is haar manier om haar binnenwereld te vertalen. In 2013 debuteerde zij met haar bundel 'Geestgrond, poëzie achter de duinen'. In de bundel beschrijft zij vier thema 's: Levenswerk, Liefdewerk, Seizoenswerk en Mensenwerk. Haar persoonlijke poëzie is diep doorleefd en gevoelig. In 2016 kwam haar tweede bundel uit onder de titel 'Gat in de straat', die opgedragen is aan de ontheemden. De opbrengst van deze bundel komt geheel ten goede aan VluchtelingenWerk Nederland.

Lees alle berichten van:

1 Reacties voor dit bericht

  1. Engeltje

    Wat een lekker verhaal, ik was het al een beetje vergeten. Door het lezen ervan kwamen geuren, kleueren en geluiden als vanzelf weer tevoorschijn!

Laat een reactie achter

Onze Sponsoren-Partners

OPMERKING:

Alle Proza en Poezië op deze site is auteursrechtelijk beschermd, en mag alleen met schriftelijke toestemming van de auteur elders gepubliceerd worden.

LIKE ONS OP FACEBOOK:

Laatst toegevoegde uitgave

Bestsellers:

Evenementen

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes , meld u hier aan dan ontvangt u
1 x per maand onze nieuwsbrief.
* = verplicht veld

Optreden Streekdichter