Gecategoriseerd | Paul Waterman

Fragment uit “Tomatenblues”

Geplaatst op 16 januari 2011 door Schrijvers tussen de kassen

 

 

 

 

 

 

 

 

Er waren een aantal petten die hij gebruikte. Een witte katoenen pet voor de zon, een dikke donkerblauwe corduroy voor de kou, eentje voor de gang naar de zondagse kerk en een oud exemplaar voor het werk tussen de tomaten. Zijn bezigheden bepaalden zijn petkeuze, maar zonder pet: dat bestond niet. Behalve bij het gebed natuurlijk. Bidden aan tafel en in de kerk, daar paste geen pet bij, maar voor de rest.
Wat we ooit als een grap hadden bedoeld, was nu dus werkelijkheid geworden, dacht ik. Zoals een ander een pyjama draagt, lag pa hier nu met zijn pet op in bed. Een man van het leven, nu afhankelijk van anderen, met zijn pet als enige overgebleven zekerheid. Zoals ie daar zat was pa eigenlijk niks veranderd.  Ook vroeger al pakte hij zijn pet duizend keer per dag tussen duim en wijsvinger, om hem al slepend van voor naar achter te trekken. Zo hield hij zijn nekharen onder zijn pet. Een ‘kale kontengezicht’, noemde moeder Co dat, “Laat die haren nou toch eens zitten man. Loop niet altijd aan die pet te trekken.”
Vader Freek schokte iets en keek verward op.
“Hallo pa”, zei ik nogmaals en zo vrolijk mogelijk. Ik wreef hem daarbij zachtjes over zijn schouder.
Langzaam gleed Freeks verwonderde blik over het lichaam van de vreemde man naast zijn bed. “Van wie ben jij d’r een?”, klonk het ineens verontwaardigd. “Wat kommie doen?”
Ik zag hoe mijn vader met zijn vrije hand de dekens omhoog trok en ze daar stevig omklemd hield. “Ik ben Laurens. Kent u me niet meer?” Ik probeerde rust in mijn stem te laten doorklinken, “Ik kom eens kijken hoe het met u gaat.”
Pa trok zijn ogen op en liet tegelijkertijd zijn mondhoeken zakken. “Laurens woont in Frankrijk”, blafte hij. “Die komt niet meer naar huis. Dat is te ver.” Strak voor zich uitkijkend kneep hij het bloed zover uit zijn lippen dat er nog slechts dunne streepjes te zien waren.
Ik boog me voorover, niet van plan me uit het veld te laten slaan. ”Kijk nou eens goed, pa. Kijk nou nog eens goed.”
Het duurde een ellenlange seconde voordat hij weer bewoog. Langzaam draaide hij zijn onderzoekende gezicht en werd ik vanonder zijn borstelige wenkbrauwen centimeter voor centimeter opgenomen.
“De tomaten. Hebbie de tomaten al geplokt?” Zonder enige intonatie sprak hij.
“Ja pa, de tomaten zijn geplukt”, antwoordde ik zachtjes.
“En de kroontjes? Ik ken jou!” Dreigend stak hij zijn wijsvinger op. “Heb je de kroontjes eraan laten zitten? Laat me je duimen eens zien.”
Ik toonde hem mijn duimen. “Ja pa, ik heb de kroontjes ook mee geplukt.”
“En de onderste? Heb je onder aan de struik goed nagekeken? Meestal moeten we jouw pad nog weer doorlopen.”
“De onderste heb ik ook meegenomen, pa, echt waar. Het is helemaal goed gegaan deze keer.”

© Paul Waterman 2011-01-16

Schrijvers tussen de kassen

Over

Deze website is tot stand gekomen op initiatief van enkele Westlandse dichters en schrijvers. Dit bericht / deze berichten is/zijn geplaatst door de beheerders van de site.

Lees alle berichten van:

Geen reacties toegestaan.

Onze Sponsoren-Partners

OPMERKING:

Alle Proza en Poezië op deze site is auteursrechtelijk beschermd, en mag alleen met schriftelijke toestemming van de auteur elders gepubliceerd worden.

LIKE ONS OP FACEBOOK:

Laatst toegevoegde uitgave

  • Het vermoeden van oorlog

    Het vermoeden van oorlog

    De bundel Het vermoeden van oorlog draagt de naam van het titelgedicht, waarmee Alleblas in 2020 de landelijke Plantage Poëzieprijs won. Het is  een reflectie …Bekijk alle details
  • Alles op z’n plek

    Alles op z’n plek

    ALLES OP Z´N PLEK is de eerste dichtbundel van dichter Jeroen den Harder (1975). Zijn debuutbundel kenmerkt zich door de veelal zeer persoonlijke gedichten, die …Bekijk alle details

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes , meld u hier aan dan ontvangt u
onze nieuwsbrief.
* = verplicht veld