Gecategoriseerd | Paul Waterman

Westland Gantelland

Geplaatst op 22 februari 2010 door Paul Vis


Zijsloot van de gantel



Fragment uit  “Schipperen naast God.” Jaartal: ca 1935,  grote crisis.
Even voorbij het huis dat bekend staat als ‘het Krot’, maakt de sloot een sterke bocht naar rechts. Na die bocht ben je echt alleen. Zo alleen dat, als je er in de slootkant zit, je bij wijze van spreken met het riet zou kunnen meegroeien. Niemand schijnt zich ook te bekommeren over het stuk sloot na die bocht: de slootkant en het water gaan er bijna geruisloos in elkaar over. Het is alsof de natuur hier op de loer ligt, zijn kans grijpt zodra de mens het toelaat. Riet lijkt geen bestaansrecht in de mensenwereld te hebben, maar in werkelijkheid is er niets mooiers dan riet. Zo moet Nederland zijn ontstaan. Als de jaarringen van een eeuwenoude boom legt het riet, jaar na jaar, beslag op het water. Elk jaar weer. Meer riet, minder water. In de wereld van de rietkraag, kan je één worden met water en kroos. Je kunt er schrikken van de plotselinge paringsdrift van graskarpers en, als je goed oplet, door kleine rimpelingen in het kroos, de snoek van plaats zien veranderen. Maar je kunt ook, bij gebrek aan omgevingsgeluid, jezelf horen ademen, of je oren horen suizen. Zelfs van je eigen gedachte zou je kunnen schrikken omdat ze hardop lijken te klinken.
Aan de overkant van het water ligt een tuinderschuit. Door het dikke kroos eromheen krijg je de neiging om er zò op af te stappen. De ‘Gele Plomp’ die overal tussen het kroos groeit, verspreidt een zware geur. Sommige mensen vinden het een afschuwelijke stank, terwijl anderen erin begraven zouden willen worden en de Gele Plomp zelf maakt het niet uit, als de insecten hem maar weten te vinden. Het geheel met het kroos en de Gele Plomp, wekt tegenstrijdige gevoelens op. De helgroene kleur van kroos vertelt, samen met de grote drijfbladeren, dat het slootwater geen zoutsporen bevat en prima te gebruiken is om het land te begieten, maar de ongeschondenheid van het geheel is tevens het bewijs dat het water niet wordt bevaren en er dus geen producten worden vervoerd. 
Aan de overkant van het water zijn een aantal serres gebouwd. Kweker Bram van Spelden die er tuint, heeft er onder andere Blauwe Alicanten, een druivensoort die het goed doet in de markt, maar die pas tegen het einde van oktober kan worden geoogst. Het areaal aan glas op de tuin bestaat uit vier serres, een ouderwetse lessenaar en wat plat glas. Het platte glas is vuil en ligt dicht. Mensenhanden hebben hier al lange tijd geen bemoeienis meer mee en alles wat maar enigszins groeit, moet in dit bloedhete milieu aan zijn einde zijn gekomen. De deuren van de serres staan open en je ziet de warmte naar buiten bulken. Naar binnen toe geeft het een schitterend mooi, half beschaduwd beeld van gebladerte op elk niveau. Tussen die bladeren en in die immense rust bevinden zich de groene en groenblauwe druiventrossen die er met een stille waardigheid, alsof de tijd stilstaat, niets hangen te doen en de eeuwigheid aan hun kant lijken te hebben. Speciaal gemaakte trappen, om de druiventrossen te krenten of te modelleren, staan er als in een filmdecor te wachten, klaar voor actie. De lessenaar is als voorloper van de serre, met de muur naar het noordwesten gebouwd en vormt ook de grens van de tuin.
Een eindje verderop, waar de sloot weer een flinke linkse draai maakt, kom je uit op de ‘Gantel,´ het domein van Nol, die er op zondagmorgen na de kerkdienst te vinden is om zijn fuikjes te lichten. Nol is schipper van beroep. Hij vaart doordeweeks met zijn ‘praampie’ steenkool, grond en soms koeienmest naar de verschillende tuinderijen. Hoewel iedereen weet dat Nol wat centjes bijverdient met z`n palingvisserij, kan je je daar, om de bocht, beter niet vertonen. Je verandert er voor elke stroper in een linkmiegel. Nol is een beste vent, maar hij heeft handen als kolenschoppen en als ‘politie De Zaayer’ hem op de een of andere manier bij z`n fuikjes snapt, gaat hij zeker zoeken naar de linkmiegel die hem erin heeft geluisd.

Daar moet dus nog een paar jaar mee worden gewacht.
Dan is Nol ouder en zijn wij sterker.

 

 


Paul Vis

Over

Westlander Paul Vis (Kwintsheul, 1948) is het tiende kind uit een streng katholiek gezin van veertien kinderen. Na een succesvolle carriere als ondernemer in de bouw, besluit Paul in 2006 op 58-jarige leeftijd zijn aandelen te verkopen en zich te wijden aan een onderhuids altijd al aanwezige passie: schrijven. Met vier uitgegeven boeken binnen vier jaar tijd en een vijfde in de maak is Paul Vis de meest actieve Westlandse schrijver van dit moment. Het genre van 'roman gesitueerd in het Westland' beheerst hij inmiddels tot in de puntjes en menig Westlander is bekend met zijn schrijfwerk.

Lees alle berichten van:

Laat een reactie achter

Onze Sponsoren-Partners

OPMERKING:

Alle Proza en Poezië op deze site is auteursrechtelijk beschermd, en mag alleen met schriftelijke toestemming van de auteur elders gepubliceerd worden.

LIKE ONS OP FACEBOOK:

Laatst toegevoegde uitgave

Bestsellers:

Evenementen

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes , meld u hier aan dan ontvangt u
1 x per maand onze nieuwsbrief.
* = verplicht veld

Optreden Streekdichter