Het donker doek

Geplaatst op 23 januari 2016 door Susanne van den Beukel

Met een verfdoek in zijn kontzak staat Utah bij de tafel en schenkt koffie in een mok. Als hij die niet zwart dronk, had hij misschien iets in de bewegingen van de melk kunnen zien, iets dat hem inspiratie zou geven. De bittere drank golft door zijn keel en laat een warme gloed achter. Even sluit hij zijn ogen, opent ze weer en loopt terug naar de ezel met het lege doek.

Het is krap in de kamer: er staan een paar glazen potten met terpentine, tubes met olieverf  liggen op de tafel en rond de ezel. De grond ligt vol met knipsels uit folders en kranten die hem op ideeën kunnen brengen. Helaas heeft hij niet zo’n mooie loft zoals de schilders in films en kan hij ook niet leven van zijn schilderwerk. Dat is een romantisch beeld, goed voor de kijkcijfers. Mensen willen de werkelijkheid niet zien, tijdens de winterexpositie is dat maar al te duidelijk gebleken.

 

Uit ervaring wist Utah dat het niet op prijs werd gesteld als hij in zijn spijkerbroek met de minste verfspatten rond zou lopen. Daarom had hij zijn pak aangetrokken, het enige dat hij bezat. Hij had het voor de begrafenis van zijn oma gekocht, een zwarte pak, bij C&A. Utah liep naar het werk waar hij het beste gevoel over had, met de donkere gestaltes die in een lijn naar de afgrond liepen. Bij een van zijn schilderijen stonden mensen te praten. Zwijgend ging hij er bij staan om te horen wat ze over zijn werk zeiden.

Na wat onbeduidend geknik, stapte een dame achteruit. ‘Wat een matig werk hangt er dit keer, dat zou ik zelf beter kunnen.’ Ze haalde haar neus er nog net niet voor op.

De man die naast haar stond zuchtte. ‘Het is veel te zwartgallig allemaal.’ Hij streek een lok die op zijn voorhoofd kietelde netjes terug in de scheiding. ‘Tja, kunstenaars nemen zichzelf veel te serieus.’

Zonder nog een blik op het doek te werpen seinde ze de man dat ze weg wilde. ‘Dat kun je wel stellen, ik heb veel liever een vrolijk schilderij met bloemen of iets dergelijks.’ De man leek opgelucht dat hij kon vertrekken en liep volgzaam achter de vrouw aan.

Iedere opmerking voelde alsof ze een mes in zijn schilderij staken en daarmee ook in zijn ziel. Hij wende zich af en liep naar het midden van de galerij. Hij wist niet hoeveel hij nog kon hebben, toch liep hij door. Even stopte hij om één van zijn doeken aan te raken, alsof hij het daarmee kon beschermen tegen de kritiek die kwam.

De ambtenaar van Kunst en Cultuur kwam naar Utah toe. ‘Het valt niet mee dit keer.’ Zijn pak dat duidelijk wel op maat was gemaakt stak af tegen het Utahs outfit dat net iets te wijd was en daardoor uit de toon viel.

Utah schudde zijn hoofd, het was ongelofelijk dat hij zo onbegrepen werd. ‘Ze zijn blind voor de boodschap, daar kan ik niets aan doen.’

Zonder enige emotie te tonen zei de man. ‘Dat is niet waar, je zou wat luchtigere thema’s kunnen gebruiken. Mensen zien al genoeg donker in deze tijd van het jaar en zijn op zoek naar licht, wellicht de kerstster.’

Utahs stem klonk luid door de ruimte. ‘Natuurlijk, gewoon zonder enig gevoel wat kleuren op het doek toveren en vooral niet te moeilijk doen. Iedereen kan het, heb ik net gehoord.’ De ambtenaar deed maar half zijn best om hem te sussen, Utah draaide zich van hem af en liep met grote passen naar de uitgang. ‘Doen jullie het maar, ik zie het niet meer zitten.’ Met zijn hoofd gebogen liep hij de kou in en voelde zich als een van de gestaltes op zijn schilderij, op weg naar de afgrond.

 

Na het aanbrengen van de eerste donkere verflaag, stopt Utah. Niets lijkt goed genoeg om aan te brengen. Hij loopt door de ruimte om iets te vinden dat hem op een idee kan brengen.  Zelfs de stapel schetsen kan hem vandaag geen inspiratie geven. Met een ontevreden gevoel trekt hij de deur van zijn schilderkamer achter zich dicht.

Utah pakt een biertje uit de koelkast en gaat op de bank zitten. Dan checkt hij de mail op zijn telefoon. De inhoud filtert hij en ziet reclame, rekeningen. Tot zijn blik op een bericht valt met als onderwerp: Expositie. Hij overweegt om het mailtje ongelezen te verwijderen. Dat hij de afzender niet herkent prikkelt hem. Daarom opent hij het bericht en ziet een afgepast aantal woorden, te kort om zinnen te vormen. Al bij de eerste regel weet hij waar het over gaat: zijn favoriete doek.

 

mensen lopen zonder vragen

achter elkaar naar de afgrond

de diepte, brengt die

wat ze zoeken

of is er niets

dat gevonden

hoeft te worden?

 

Hoe is het mogelijk dat iemand die hem niet kent, zijn werk zo goed begrijpt? Wie is dit? Aan het mailadres kan hij geen naam ontleden: svdb@yahoo.nl. Zou hij antwoorden? Maar hoe reageer je op iemand die je ziel kent zonder je gezien te hebben? Hij legt zijn telefoon weg en gaat naar bed.

Om 05.30 gaat de wekker al en na twee keer snoezen, drukt Utah het alarm uit en staat op. Hij loopt met zijn werktas naar de wagen die bij het industrieterrein net buiten de woonwijk staat. Zijn ademhaling veroorzaakt dampwolkjes. Zelfs de vogels slapen nog, die zijn pas over twee seizoenen wakker op dit tijdstip. Hij mist het vrolijke geluid dat hem het gevoel geeft dat hij niet de enige is die wakker is. Met twee grote passen stapt hij de cabine in, start de motor en kijkt op de boordcomputer waar hij de vracht naartoe moet brengen. Het blijkt een ritje Noord-Holland te zijn. Het is rond het vriespunt, dus op de binnenwegen moet hij oppassen voor ijzel. Als hij voorbij Amsterdam is, gaan zijn gedachten naar het doek met de afgrond en de woorden die hij had kunnen schrijven.

Nog een paar kilometer en dan is hij bij het losadres. De beelden van de omgeving en de posters die hij langs de weg tegenkomt, neemt hij automatisch in zich op. Wellicht neemt hij het een keer mee in een schilderij. Soms is het maar een detail of alleen een schets op het doek dat uiteindelijk vaak heel anders uitpakt dan het oorspronkelijke idee.

Met de pompkar lost hij alle paletten met lege dozen en laadt daarna de volle dozen met paprika’s. Halverwege de lading krijgt hij een idee om tactvol op de mail te reageren.

Om half zeven ’s avonds parkeert hij zijn vrachtwagen en loopt in het donker weer naar huis. Het is een heldere avond, de maan die de vorm van een sikkel heeft is duidelijk te zien.

Na het eten heeft hij eigenlijk weinig puf om van de bank af te komen. Na een tijdje wordt hij onrustig en voelt de noodzaak om naar het donkere doek toe te gaan.

Hij neemt zijn houten palet en brengt er de primaire kleuren op aan en loopt naar de ezel. Daar pakt hij kwasten waarvan de punten verschillende diktes hebben uit de pot. De zachte haren die door het regelmatige gebruik al dunner zijn geworden, haalt hij even over zijn handen. Hierna doopt hij met de punt in een kleur, brengt die op een lege plek van het palet aan en mengt die met een andere kleur. Dan zet hij een streep op het doek, zet hem iets grover op en herhaalt dat met andere kleuren. Na een paar streken stapt hij naar achteren en ziet dat het doek steeds lichter wordt. Zijn schoenen plakken iets aan de grond waar verfspatten liggen, vanaf die plek bekijkt hij het doek van verschillende kanten. De kruidige geur van de olie doet hem denken aan zijn vader die zijn schoenen poetste. Utah mocht hem soms helpen met het oppoetsen tot de schoenen glommen.

Grove en fijne lijnen wisselen elkaar af. Het voelt goed, eigenlijk zou hij nu moeten stoppen omdat hij morgen weer vroeg moet werken. Toch gaat hij verder, nu zit hij in het juiste gevoel met het doek en morgen misschien niet. Pas als de verf op het palet zo goed als op is, neemt hij afstand van het doek.

Nadat hij zijn kwasten heeft schoongemaakt met groene zeep en zijn handen met terpentine, loopt hij naar de woonkamer en gaat op de bank zitten. Het voelt goed dat hij toch geschilderd heeft, ondanks zijn vermoeidheid. Utah pakt hij zijn mobieltje, zoekt het gedicht op en typt:

Zonder te weten wie je bent, heb ik het gevoel dat jij me kent. Jouw woorden gaven mij inspiratie toen ik het nodig had. Daardoor heb ik een nieuw doek met de naam ‘Hoop’. Zodra het af is, wil ik het je geven. Utah. Zonder aarzeling drukt hij op verzenden.

Susanne van den Beukel

Over

Op de basisschool was ze al gek op schrijven, van opstel tot dagboek. Met hulp van de spellingscontrole schreef ze in 2004 een kinderboek over haar jeugd aan de Rolpaal. Daarna heeft ze een aantal cursussen gevolgd, een schrijfgroep opgestart en veel geschreven. Zo kwam ze achter haar doelgroep: Young Adults. Op 27 mei 2016 kwam Verdraaid Goed uit, het eerste deel van de trilogie ‘Verborgen littekens’. (hier eventueel een link plaatsen naar het boek) De rode draad van de trilogie zijn drie meiden die getekend zijn door iets dat ze meegemaakt hebben, maar dat niet duidelijk zichtbaar is.

Lees alle berichten van:

Laat een reactie achter

Onze Sponsoren-Partners

OPMERKING:

Alle Proza en Poezië op deze site is auteursrechtelijk beschermd, en mag alleen met schriftelijke toestemming van de auteur elders gepubliceerd worden.

LIKE ONS OP FACEBOOK:

Laatst toegevoegde uitgave

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes , meld u hier aan dan ontvangt u
onze nieuwsbrief.
* = verplicht veld