Gecategoriseerd | Frans van der Meer

Kerstverhalenmenu

Geplaatst op 25 december 2016 door Frans van der Meer

Voor het samenstellen van een kerstverhaal hoef je niet op reis naar verre streken, het mag wel. Maar alle mogelijkheden liggen in je eigen omgeving voor het oprapen. Veel kerstverhalenschrijvers putten hun inspiratie uit de ellende van mens en dier. Boeken vol zijn er over geschreven en blijkbaar kunnen zij er geen genoeg van krijgen. Laten we maar eerlijk zijn, het is met kerst zelfs een eerste levensbehoefte geworden.

Om daar in te voorzien, wil ik hier de beginnende kerstverhalenschrijver een eindje op weg helpen met een klein aantal ingrediënten die noodzakelijk zijn voor een smeuïg en zinnenprikkelend kerstverhaal.

Men neme:

Een roedel Wolven:

Wolven speelden vroeger een belangrijke rol in vele kerstverhalen. Inmiddels zijn deze viervoeters hier verdwenen, maar als tweevoeters zijn ze nog in ruime mate aanwezig; veelal gekleed in schaapskleren.

Sneeuw:

Ook voor de sneeuw geldt dat deze, dank zij de klimaatsverandering, niet meer zo ruim aanwezig is. Maar niet getreurd, regen en storm zijn uit voorraad leverbaar.

Ziekte en dood:

Ja kijk, daar kunnen we nog steeds een heleboel mee. Ziekte is van alle tijden. De vormen mogen verschillen, maar dankzij een aantal nieuwe virussen hebben we een onuitputtelijke bron. Voor elk wat wils en voor jong en oud. Mocht dat niet genoeg zijn, dan is daar altijd nog het laatste redmiddel: de dood.

Armoede:

Weer zo’n onuitroeibaar gegeven. De oorzaak van armoede is veelvuldig. Armoede is beslist niet altijd eigen schuld. Eerder het gevolg van de omstandigheden.

Zorgen en eenzaamheid:

Zorgen door één van de genoemde voorbeelden en zorgen om de zorg. Wie zorgt voor mij? Wie zorgt voor de ander? Wie zorgt voor ons allemaal?

Ouderdom:

Een zegen? Ook hier weer een aantal mogelijkheden. Alleen of samen oud. Ziek of gezond. Arm of rijk. Vergeten of geliefd.

Geld en Macht:

Er is niet aan te ontkomen. Geld is onmisbaar, geld doet zich gelden. Geld geeft macht. Dankzij geld, vinden we in de verhalen de gierigaard die tot inkeer komt en de rijke die uitdeelt aan de armen.

Het ongrijpbare iets:

Dit is het meest wonderlijke en hoopgevende in alle kerstverhalen. Er gebeurt iets. Iets wat het hele jaar niet kan gebeuren, alleen met kerst. Iets is dan ook bij velen de aanduiding van dingen die we niet kunnen verklaren.

Laten we uit deze negen ingrediënten eens een klein kerstverhaal samenstellen. Ik zou zeggen, ga er eens rustig voor zitten. We dimmen het licht en steken een paar kaarsen aan.

Het is vreselijk weer, een krachtige oostenwind raast over het land. Zo gaat het al dagenlang. En ook vandaag weer sneeuwt het. De wegen zijn onbegaanbaar en de sneeuwploegen zijn gestrand. Niemand waagt zich meer buiten en de winkeliers blijven met hun kerstvoorraden zitten.

In zijn kantoor zit Kees de Vrek, niet dat hij zo heet, maar iedereen noemt hem wel zo. Kees ziet in zijn boeken dat ene mevrouw Van der Meer haar huur over de maand november niet heeft betaald en dat terwijl het nu al 24 december is. Dit gaat echt alle perken te buiten. Wie denkt ze wel dat ze voor zich heeft. Weer of geen weer, hij gaat de schuld innen.

Nog geen half uur later stapt hij in zijn jeep en rijdt naar het huisje achterin het Gravenbos. Al heel gauw komt hij er achter dat dit geen gemakkelijke rit wordt. Zijn banden zijn half versleten, waardoor de wagen heen en weer glibbert over de weg. Winterbanden heeft hij niet, dat is zonde van het geld. Zodra hij de Dorpstraat heeft verlaten, rijdt hij de Bosweg op. ‘Wat een snertweer’, moppert hij. De ruitenwissers kunnen het nog maar net aan. Gelukkig is de jeep open en kan hij met zijn hand de ruit nog wat extra schoon vegen.

De stilte in het bos wordt eensklaps verbroken door het gehuil van een wolf. Door het extreem koude weer zijn er enkele roedels vanuit Duitsland de grens overgestoken. Kees negeert het gehuil. Hij moet en zal vandaag zijn geld hebben. Vlakvoor hem is een diepe kuil in de weg. Net op dat moment breekt een van zijn ruitenwissers af en schiet de jeep de kuil in. De motor stopt en de vooras is gebroken. Woedend stapt hij de jeep uit. Hij kijkt op zijn horloge en ziet dat het al laat in de middag is. Komop, Kees, niet zeuren, je bent er bijna. Uit de jeep haalt hij een paar oude en versleten laarzen. Zodra hij die met moeite heeft aangetrokken, zet hij flink de pas erin. Vijf minuten lang houdt hij dat vol, maar dan slaat de vermoeidheid toe. De wolven volgen hem op een afstandje. Het wordt de hoogste tijd dat hij zijn bestemming bereikt. Intussen denkt hij aan de glimmende muntjes die op hem liggen te wachten.  Een van de wolven snuffelt onverwachts aan zijn laarzen. Kees schrikt wakker uit zijn gelddroom en geeft het beest een schop onder zijn bek. Niet zo handig, want het beest wordt woedend en stort zich bovenop hem. Kees vecht voor zijn leven. Dan klinkt er een schot en de wolf rent weg. Kees krabbelt overeind en ziet in de verte een oude, gebogen vrouw staan. ‘Kom snel,’ roept ze, ‘de andere wolven komen eraan.’ Zo hard als zijn benen hem kunnen dragen, rent hij naar de vrouw. ‘Waar moeten we heen?’ hijgt hij. ‘Kom maar mee. Achter deze heuvel staat mijn huis.’

Zelden heeft Kees zo’n bouwvallige hut gezien, zelfs onder een dikke laag sneeuw ziet het er niet sprookjesachtig uit. Als hij naar binnengaat, ziet hij dat het huis aan alle kanten zo lek is als wat. ‘U woont hier?’

‘Jazeker, al jaren.’ Terwijl de vrouw een kop thee maakt, gaat er bij Kees een lampje branden: dit is zijn huis en zij heeft niet betaald. Weg medeleven, het gaat om mijn centen. ‘Bent u soms mevrouw Van der Meer?’

‘Ja.’ De vrouw schrikt van de harde blik in zijn ogen. ‘Bent u soms mijn huisbaas?’

‘Inderdaad en ik kom mijn geld halen.’ Het wordt stil. ‘Ik heb niets meer.’

‘Dan gaat u eruit, nu.’ Kees staat er geen moment bij stil dat de vrouw hem nog geen kwartier geleden van de dood heeft gered. ‘Dit meent u toch niet, mij er uitzetten met dit weer?’

‘Om de drommel wel. U krijgt tien minuten om uw boeltje  te pakken.’ ‘Waar moet ik dan heen?’

‘Dat is uw probleem. Betalen of eruit.’ Kees voelt zich oppermachtig. ‘Mag ik dan alsjeblieft deze nacht in de schuur slapen? Het is kerstavond, meneer.’ Met de grootste moeite laat Kees toe dat de vrouw met een paar dekens en een kaarsje in de piepkleine schuur gaat slapen. Kees geniet van zijn macht.

Een uur lang krijgt Kees de kans om op andere gedachten te komen. Iets in hem dwingt hem daartoe: Kees, het is kerst. Kees, dit heb je thuis toch niet mee gekregen. Kees, die vrouw heeft je leven gered. Kees, je kunt toch wel iets voor haar doen.

Kees weigert, het iets van kerst gaat volkomen aan hem voorbij.

Genietend van het vuur in de brandende kachel, denkt Kees alleen maar aan wat hij met dit krot gaat doen.

In de schuur blaast de vrouw op een houten fluitje. Direct komt er antwoord van de wolven. De vrouw fluit nog eens en een van de wolven gaat het huisje in. Kees hoort niets. Achter hem gaat langzaam de kamerdeur open. Eerst steekt de snuit van de wolf naar binnen. Behoedzaam loopt de wolf naar de stoel waar Kees vergenoegd ligt te slapen. Opnieuw klinkt het fluitje. De wolf springt op, bijt en… dood is Kees.

Dan loopt de wolf naar de schuur en maakt de deur open. Kom maar, wenkt hij met zijn poot. Een uur later zit mevrouw Van der Meer aan de koffie met om zich heen een roedel wolven. Het is een vreedzaam tafereel. Alles is volgens verwachting verlopen. En Kees? Daar is geen botje van over.

Popel je al van ongeduld om te gaan schrijven? Vraag je dan eerst af waarom je nog zoveel moeite zal doen, als het enige echte onvervalste kerstverhaal met een veel mooiere boodschap allang geschreven is. Dat verhaal doet echt iets met je, dag in dag uit.

 

Frans van der Meer

6 december 2016

Frans van der Meer

Over

Frans van der Meer, geboren in 1944, heeft een opleiding in de administratieve sector, met name op het gebied van testen van computerprogramma's. Van jongs af aan is hij geboeid geweest door verhalen. Zo was het vanzelfsprekend dat zijn kinderen iedere avond voor het slapen gaan zelfverzonnen verhaaltjes te horen kregen. Nu hij kleinkinderen heeft, heeft hij besloten om van enkele verhalen een boek te schrijven. Zijn eerste boek is 'Wouter van 't Woudt', waarin een kleine mus de meest dwaze avonturen beleeft.

Lees alle berichten van:

Laat een reactie achter

Onze Sponsoren-Partners

OPMERKING:

Alle Proza en Poezië op deze site is auteursrechtelijk beschermd, en mag alleen met schriftelijke toestemming van de auteur elders gepubliceerd worden.

LIKE ONS OP FACEBOOK:

Laatst toegevoegde uitgave

  • Door de dood geraakt

    Door de dood geraakt

    Door de Dood geraakt, negen verhalen met een rouwrandje:  Rouw. Als naasten denken wij allemaal te weten hoe groot het gemis is en hoe diep …Bekijk alle details
  • Alles op z’n plek

    Alles op z’n plek

    ALLES OP Z´N PLEK is de eerste dichtbundel van dichter Jeroen den Harder (1975). Zijn debuutbundel kenmerkt zich door de veelal zeer persoonlijke gedichten, die …Bekijk alle details

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes , meld u hier aan dan ontvangt u
onze nieuwsbrief.
* = verplicht veld