Tag Archief | "Wedstrijd Boekengala 2017"

Tags: , ,

Aanmoedigingsprijs poëzie volwassenen – Etwin Grootscholten

Geplaatst op 17 april 2017 door Schrijvers tussen de kassen

appels en naakten

 

als zij thuis zou zijn,

dan heb ik geen appel.

 

en mochten zij er beiden zijn,

de één dicht bij

in de deuropening,

de ander iets verder weg

in de gaard,

 

naakt,

 

dan zijn er nog geen appels.

 

ik verkoop ze niet.

ik geef ze niet weg.

ik heb ze niet.

 

Juryrapport

De schrijver van het gedicht ‘Appels en Naakten’ verdient volgens de jury de nodige aandacht. De dichter is er in geslaagd om met spaarzaam taalgebruik toch veel zeggingskracht te bewerkstelligen. Door de gehanteerde vrije versvorm en het ontbreken van allerlei details gaat het feitelijk om een reeks korte krachtige ‘statements’ die een vervreemdend effect teweeg brengen. Als lezer weet je eigenlijk niet waar je aan toe bent. Maar door de mysterieuze lading blijft het gedicht toch boeien tot en met de laatste regel.

Reacties (0)

Tags: , ,

1ste prijs poëzie volwassenen – Giel van der Hoeven

Geplaatst op 17 april 2017 door Schrijvers tussen de kassen

Over verboden vruchten wat van alles kan zijn, maar ’t is steeds weer…

Verrukkelijk

Soms wil ik compleet verdwalen

om mezelf weer terug te vinden.

Zonder levensidealen, mij door

verleiding laten verblinden.

 

Verlies daarbij verantwoording;

goede trouw ontglipt me even.

‘k Geef toe aan een verrukking,

door verlangen ingegeven.

 

Als de muze zingt dan dans ik;

de smaak van begeerte is sterk.

Al ben ik dan een stouterik,

‘t inspireert mij tot fraai dichtwerk.

 

Juryrapport

De dichter van ‘Verrukkelijk’ heeft gebruikgemaakt van een min of meer klassieke dichtvorm, drie coupletten van telkens vier regels. In het eerste couplet begint de dichter aarzelend te rijmen, slechts twee van de vier regels eindigen met een rijmwoord. Doordat echter het eindwoord van de eerste regel rijmt op een woord halverwege de derde zin is dit niet echt storend. Het is een soort inleiding voor de volgende twee coupletten met een strak rijmschema, zonder dat er overigens sprake is van enige rijmdwang. De rijmwoorden komen volkomen natuurlijk over.

Zij versterken het ritme van dit gedicht, een vers met een hoorbaar muzikaal gehalte. De dichter speelt op een aanstekelijke wijze met het begrip ‘verboden vruchten’, wat volgens hem of haar ‘van alles kan zijn’ Hij of zij heeft het thema zich persoonlijk toegeëigend, het gedicht gaat over verlangen naar vrijheid, erotiek, overspel. Maar het wordt slechts aangestipt zodat er voor de lezer ruimte genoeg overblijft voor een persoonlijke invulling. En juist dit verhoogt de aantrekkelijkheid van dit gedicht. Het is heerlijk speels, ja het is zoals de titel zegt verrukkelijk en dat maakt dit gedicht zonder meer prijzenswaardig.

Reacties (0)

Tags: , ,

Aanmoedigingsprijs kort verhaal jeugd – Dewi van Berkel

Geplaatst op 17 april 2017 door Schrijvers tussen de kassen

De avond

Ik ontwaakte langzaam uit mijn slaap. Ik voelde mij heel erg duizelig en misselijk. Ik keek om mij heen en zag dat ik in een witte kamer lag. Er zat een vrouw naast het bed. Ik herkende haar meteen het was mijn moeder. Ik begon te huilen, want mijn hoofd doet zoveel pijn. Mijn moeder pakte mijn hand en zei: ‘Alles komt goed Nina.’ ‘Mam waar ben ik? En waarom doet mijn hoofd zoveel pijn?’ Mijn moeder haalde diep adem en zei: ‘Je ligt in het ziekenhuis Nina. ‘Je was buitenbewustzijn, een jongen genaamd Joris vond je op de grond hij heeft 112 gebeld.’ Mijn moeder begon te huilen en legde haar hand op mijn hoofd. ‘Nina ik ben zo blij dat je nog leeft je had dood kunnen zijn’. Er kwamen twee politie agenten de kamer binnen. De eerste man had oranje haren met veel kleine krulletjes. De tweede man was kaal en had een snor. De politieagent met de oranje krullen in zijn haar begon te praten: ‘Hallo Nina, gaat het een beetje’. ‘Ja, het gaat goed’: zei ik aarzelend terug. ‘Nina wij hebben wat vragen voor jou en wij snappen dat je nog niet goed voelt, maar het is best belangrijk.’ Mijn moeder begon mij aan te kijken alsof de agenten chinees aan het praten waren. ‘heeft mijn dochter soms wat verkeerd gedaan? Nina zou dat namelijk nooit doen’ vroeg mijn moeder vragend. Haar ogen staarden nog steeds naar mij, maar nu alsof ik iemand vermoord had. De agent met de oranje krullen keek mij toen ook aan. Ik werd rood en kreeg het opeens heel erg warm. ‘heb ik wat ergs gedaan?’: vroeg ik bang. ‘Jij hebt niets fout gedaan. Mevrouw zouden wij misschien alleen met u dochter kunnen spreken?’ Mijn moeder keek mij vragend aan. Ik knikte dat ik het niet erg vind als ze mij alleen laat. Mijn moeder liep de kamer uit. ‘Nina we gaan een paar vragen stellen en we willen dat je er eerlijk op antwoord’. Ik knikte voorzichtig. ‘Gisteravond was je in Amsterdam in de club NL is dat waar?’ ‘Ja, ik was daar met Melissa dat is mijn beste vriendin’. De kale politieagent keek mij onderzoekend aan schreef toen wat op. vervolgens vroeg stelde hij een vraag: ‘Kun jij ons vertellen wat jij die avond hebt gedaan en hebt gezien?’ Ik begon na te denken over wat er gebeurt, was alleen hoe harder ik na ging denken hoe meer pijn mijn hoofd ging doen. Ik sloot mijn ogen en probeerde de herinneringen terug te halen. ‘Neem je tijd Nina. Zeg alles wat je je herinnert hard op’: hoorde ik de kale politieagent zeggen. Ik nam diep adem en probeerde me weer in te leven in gisteren. Melissa kwam naar mijn huis. We gingen ons opmaken omdat we naar club NL gingen. Toen we er waren gingen we samen dansen. Ik opende me ogen en greep met mijn hand mijn hoofd. De pijn ging maar niet weg, hij werd alleen maar erger. Ik barstte in tranen uit. ‘Sorry, ik weet het niet meer’: snikte ik. ‘ Nina adem eens diep in en diep uit. Het maakt niet uit. Het is best heftig allemaal. Je ligt al in het ziekenhuis en dan komen er ook nog eens twee agenten langs om vragen te stellen’. Voor heel even leek het als of mijn hoofd naar mij luisterde en geen pijn meer deed. ‘Meneer zou ik u iets mogen vragen?’ : vroeg ik verlegen. ‘tuurlijk, vraag maar raak’: zei de kale agent lachend. ‘waarvoor vraagt u deze vragen aan mij?’ De twee agenten keken even naar elkaar en knikte naar elkaar. De kale agent pakte de stoel en ging naast mij zitten. ‘Er is een bende genaamd De Verboden Vruchten zij dealen De Verboden vruchten vandaar de naam’. ‘wat zijn De Verboden Vruchten dan?’: terwijl ik dat vroeg zag ik dat de andere agent de kamer verliet. ‘Dat is een drugs soort die heel erg gevaarlijk is wat de meeste mensen niet weten. Door DVV kun je in het ziekenhuis belanden net als jij’. ‘U zegt dat ik drugs heb gebruikt? Want ik heb dat niet gedaan. Je kunt het aan Melissa vragen’. De agent keek me verbaast aan en plukte aan zijn snor. ‘jij hebt dus geen pillen gekocht bij die bende?’ ‘Nee, ik heb geen pil aan geraakt of gezien’. De agent fronste zijn wenkbrauw omhoog. ‘Nina ik beschuldig je nergens van wees maar niet bang, alleen je bent out gegaan omdat je DVV in je bloed had’. Ik was stil en kon niet geloven wat ik net hoorde. De agent ging recht op zitten en begon weer te praten: ‘Nina iemand heeft dus wat in je drinken gedaan, maar de vraag is waarom. Zou jij misschien nog een keer kunnen proberen om de avond door te lopen wat je hebt gedaan en gezien hebt? We willen namelijk de drukdealers oppakken zodat niemand dit hoeft te overkomen’. Ik sloot mijn ogen en dacht diep na. We waren aan het dansen en ik kreeg het heel erg warm dus ging ik naar buiten. Er stond ook een groep jongens buiten ze waren in het zwart gekleed. Terwijl ik er aan terug dacht werd ik heel erg misselijk en werd heel erg bang. ik haalde diep adem en begon weer na te denken. Een koude rilling schoot over mijn rug. ‘Ik weet het weer’: riep ik voorzichtig. ‘goed zo Nina vertel mij wat er is gebeurt. de jongens waren aan het vechten. Ze waren aan het praten over wie wat zo gaan doen. ik weet nog een paar namen Kris , Louis , Bram en Joey. Een van de jongens zag mij toen staan en liep naar mij toe. Ik wilde naar binnen gaan maar dat was te laat. Hij begon met te flirten. Het was heel erg gezellig en we gingen dansen en gaf mij drinken en daar zat waarschijnlijk DVV in. Ik barstte in huilen uit. De politieagent pakte mijn hand en keek me in de ogen aan en zei: ‘Nina je bent een grote heldin jij hebt ons een deel van de bende kunnen laten oppakken. We hadden nog geen bewijs, maar jij hebt ons bewezen dat de jongens schuldig zijn. De politie is je heel erg dankbaar’. De andere agent kwam de kamer weer in met mijn moeder en een jongen. De agenten gaven mij een hand. De kale agent keek mij met een super vrolijke blik aan: ‘Nina we kunnen je misschien nog vragen in de rechtszaal om getuigen te zijn, maar word eerst maar beter heldin’. Ik knikte lief want ik wist niet wat ik moest zeggen. Mijn moeder gaf mij een kus op de wang ‘geluk bij een ongeluk mijn schat. Dankzij deze jongeman leef je nog schat dit is Joris’. Ik had een super grote lach op mijn gezicht ondanks de hoofdpijn voelde ik me zoveel beter dan ooit. Ik was een heldin,  maar ik voelde mij vooral zo blij, omdat de jongen mij aankeek en ik wist dat dit een nieuw mooi lang verhaal zou gaan worden.

Juryrapport

Wat heb je het goed gevonden dat ‘de verboden vrucht’ een drug was. Je bouwt de spanning goed op in het gesprek met de agenten; ik wilde weten wat er in die club gebeurd was. Het was een goed einde, wat ruimte bood voor een vervolg. Ik ben benieuwd of dat ‘nieuwe, mooie, lange verhaal’ er komt.

Tips: Je kan ruimte in je tekst maken door vaker met een nieuwe regel te beginnen, bijvoorbeeld bij een dialoog. Dan leest het prettiger. Er zitten wat spelfouten in de tekst. Leg je verhaal even weg als je klaar bent met schrijven. Na een tijdje print je de tekst uit en leest hem hardop voor. Ook kun je het verhaal aan een paar proefpersonen laten lezen.

Reacties (0)

Tags: , ,

1ste prijs kort verhaal jeugd – Nienke van Vianen

Geplaatst op 17 april 2017 door Schrijvers tussen de kassen

De verboden vrucht

Je kent ze wel, die vruchten. Sommige rijp, sommige nog aan het rijpen. Je hebt mooie, sappige vruchten. Vruchten waar iedereen van wil genieten, waar iedereen wel zijn tanden in wil zetten. Je hebt ook verrotte vruchten. Vruchten die je liever links laat liggen, die je liever niet eet. Maar je hebt er een paar… Ze zijn degene waar je liever niet bij in de buurt zou willen komen. Die je liever niet zou willen zien. Maar toch… toch kunnen deze vruchten je verleiden om in de buurt te komen. Om een hapje te nemen. Het mag dan wel een muizenhapje zijn, maar het is één muizen hapje te veel. Je komt vast te zitten in een waas, waar al je foute beslissingen goed lijken, dat al het slechte goed lijkt. Dat je vrij lijkt. Het is als een soort drug, je snakt naar meer. Je krijgt het gevoel dat je zonder die vrucht nergens komt, dat je vast zit. Je hebt het nodig, je hebt het nodig om verder te leven. Wat je alleen niet realiseert, is dat je vast in zijn web. De wegen terug zijn niet makkelijk, haast onmogelijk. Ze bezorgen zoveel pijn en verdriet, dat je niet meer weet waarom je de vrucht in eerste instantie binnenliet. De littekens die worden gecreëerd, blijven je eraan herinneren wat je hebt gedaan. Hoe erg je de mist in ben gegaan. Maar wie ben ik om dat te beoordelen? Ik ben enkel een persoon met zichtbare ontsieringen op mijn huid…

‘Praat,’ zijn krachtige, kille stem weerkaatste door de koude kamer heen. Mijn ogen waren op de grond gefixeerd, geen enkel woord verliet mijn mond. Ik gunde hem niet het plezier om hem te laten zien hoeveel pijn ik had, hoe bang ik was.

‘Ik zei praat,’ brulde hij. Een harde klap weerklonk door de kamer en ik viel op de grond. Ik ademde scherp in, terwijl ik langzaam terug op de stoel ging zitten, mijn ogen nog steeds op de grond gericht. Mijn nagels drukken in mijn handpalmen, een zielige poging om de pijn te negeren.

‘Dus we hebben een stille hier?’, vroeg hij geamuseerd. Hij hurkte voor me neer en greep mijn kin vast, zodat ik gedwongen was om hem aan te kijken. Een grijns was op zijn gezicht geplakt en ik walgde ervan. Ik walgde van hem, maar ook van mezelf. Ik walgde van mezelf omdat ik zwak was, dat ik me heb laten verleiden door hem.

‘Ik had nooit naar je moeten luisteren,’ siste ik toen ik hem recht aankeek. Een onbekende, maar heilspellende glinstering verscheen in zijn donkere ogen. Een glinstering die me beangstigde. Het was de glinstering van een roofdier, een roofdier dat zijn prooi had gevonden, en niet meer losliet tot hij het had verslonden.

‘Ach schatje toch, je had me toch nooit kunnen weerstaan,’ zei hij akelig. Een rilling ging door mij heen bij zijn stem. Hij bracht zijn lippen naar mijn oor en drukte een kusje net onder mijn oor. ‘Want niemand kan een verboden vrucht weerstaan, Eva.’

Juryrapport

Een opvallend begin, ik dacht tijdens het lezen waar gaat dit naartoe? Ik werd geprikkeld door de zin ‘Hoe erg je de mist in bent gegaan. Maar wie ben ik om dat te beoordelen? Ik ben enkel een persoon met zichtbare ontsieringen op mijn huid…’

Je hebt de spanning in jouw verhaal goed opgebouwd.

Tips: Je hebt de woorden walgden en glinstering een paar keer herhaald. Is dat een bewuste keuze geweest? Doe het niet te vaak. Verder mag het begin van mij iets korter, daardoor zou het nog pakkender en spannender worden.

Reacties (0)

Tags: , ,

1ste prijs kort verhaal volwassenen – Hans Kamp

Geplaatst op 17 april 2017 door Schrijvers tussen de kassen

De houthakker

Meedoen aan de schrijfwedstrijd die wordt georganiseerd in het kader van de Boekenweek. Toen de collega’s op het advocatenkantoor haar die suggestie deden, moest Frederike er om lachen. En dan ook nog dat thema ‘verboden vruchten’. OK, het schrijven van pleitnota’s gaat haar goed af, maar dit is toch wel iets heel anders. Het kan natuurlijk ook een uitdaging zijn, was toen haar gedachte. Nu zit ze thuis op haar kamer en kijkt moedeloos naar het scherm van haar laptop. “Wat moet ik met dat thema? Het dilemma van Adam en Eva is veel te afgezaagd. Misschien ingaan op dat ‘verboden’? Het thema van moraal, normen en waarden: wie heeft eigenlijk wat precies verboden en waarom. Nee, dan is de advocate weer bezig. Ik moet mijn fantasie de vrije loop laten”, mompelt ze en staart naar buiten. Aan de overkant van de straat staat de buurman met ontbloot bovenlijf te hakken in de stam van een conifeer. Ze weet dat hij ook advocaat is en bij een concurrerend kantoor werkt. Daarnaast schijnt hij zich bezig te houden met allerlei culturele dingen. Maar nu ziet hij er met ontbloot bovenlijf en die bijl in zijn handen ineens heel stoer uit. Het is warm buiten en het zweet gutst van zijn lijf. Frederike heeft het intussen ook warm.  De witte wijn die ze heeft ingeschonken om zichzelf moed in te drinken, mist zijn uitwerking niet. De aanblik van de stoere houthakker doet de rest. Met rode konen ramt ze nu op de toetsen van haar laptop. Naarmate de tekst vordert, worden de licht erotisch fantasieën waarmee ze zo voorzichtig begon, steeds heftiger. De schrik is dan ook groot als haar dochtertje Emma de kamer binnenstormt. “Je bent helemaal vergeten me op te halen van school”, klinkt het verwijtend. Ze is weer helemaal terug in de werkelijkheid.

Twee weken later is de prijsuitreiking. Frederike is met nog vier anderen genomineerd. In het zaaltje zitten haar man, enthousiaste vrienden, jolige collega’s en enkele buren. Haar hart slaat over als ze ook de overbuurman ontwaart. Een zenuwslopend uur later wordt de winnaar bekend gemaakt: Frederike van Dam. Ze wordt op het podium geroepen en neemt trots, maar toch ook wat zenuwachtig, de prijs in ontvangst uit handen van een bekend auteur, die voorzitter is van de jury. Dan slaat het noodlot toe. Net als ze van het podium af wil stappen, hoort ze achter zich “Mevrouw Van Dam gaat haar verhaal zo nog voorlezen.” Grote paniek. Vuurrood geworden, roept ze bits richting de juryvoorzitter: “Mooi niet, dit is niet afgesproken. Mevrouw Van Dam doet dat onder geen voorwaarde.” De juryvoorzitter kijkt

wanhopig in het rond en wendt zich vertwijfeld tot de zaal: “Is er misschien iemand anders die het prijswinnende verhaal wil voorlezen?” De houthakker staat langzaam op, kijkt om zich heen, en laat weten dat hij dat wel wil doen. Het wordt héél stil in het zaaltje.

Eenmaal weer thuis vraagt de kleine Emma: “Mam, waarom huil je toch? En waar is pappa?”

Juryrapport

Het verhaal dat geen verhaal is.

Frederike wordt door haar omgeving min of meer gedwongen om de handschoen, die korte verhalen heet, op te pakken. Aanvankelijk met tegenzin gaat ze aan de slag om dit gat te vullen, maar het lukt haar maar niet om inspiratie te vinden. Als je als lezer denkt: waar gaat dit naartoe, wanneer gebeurt er eens wat, merk je ineens dat je hiermee al midden in het verhaal zit. Die dubbele bodem is daarom heel verrassend en onconventioneel.

De eerste alinea, die saai begon, is op het einde allesbepalend geworden. De rest van het verhaal brengt ons ten slotte naar een anticlimax, gevolgd door een climax en eindigend in alweer een anticlimax.

Petje af.

Reacties (0)

Onze Sponsoren-Partners

Waarschuwing:

Alle Proza en Poezië op deze site is auteursrechtelijk beschermd, en mag alleen met schriftelijke toestemming van de auteur elders gepubliceerd worden.

LIKE ONS OP FACEBOOK:

Laatst toegevoegde uitgave

Bestsellers:

Evenementen

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes , meld u hier aan dan ontvangt u
1 x per maand onze nieuwsbrief.
* = verplicht veld

Optreden Streekdichter

  • Geen evenementen